Gefundeerd op Gods Woord
De gemeente erkent de Schrift als het enige gezaghebbende Woord van God en laat de Bijbel ons leven, leren en samenleven sturen. We baseren al ons handelen, besluiten en onderlinge relaties op Gods waarheid en zorgen dat Zijn Woord in alles centraal staat.
Door de eeuwen heen hebben mensen talloze belijdenisgeschriften opgesteld, vaak uit oprechte liefde voor de waarheid. Ze hebben de kerk gevormd, maar haar ook verdeeld in tal van stromingen. Daarom belijden wij niet de woorden van mensen, maar het geïnspireerde Woord van God. De Bijbel is voor ons de enige autoriteit en heeft het hoogste gezag. De waarschuwing van Jezus in Openbaring 22 (om aan dat Woord niets toe te voegen en er niets van af te doen) nemen we daarbij uiterst serieus.
Tegelijk weten we dat we nooit zijn uitgeleerd. We laten ons een leven lang door Gods Woord sturen en blijven er met een open hart van leren. Want juist daar waar een gemeente meent alles al te weten en zich niet meer laat corrigeren, gaat het mis. Daar komt hoogmoed in plaats van nederigheid. In nederigheid blijven luisteren naar wat God tot ons zegt, daar willen wij van leven.
Bijbelteksten
De Schriftgedeelten die onder deze pijler liggen.
„Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is, en op Wie het hele gebouw, goed samengevoegd, verrijst tot een heilige tempel in de Heere; op Wie ook u mede gebouwd wordt tot een woning van God, in de Geest.”
„Heel de Schrift is door God ingegeven en nuttig om te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid.”
„En zij volhardden in de leer van de apostelen en in de gemeenschap, in het breken van het brood en in de gebeden.”
„En wees daders van het Woord en niet alleen hoorders. Anders bedriegt u uzelf. Als iemand immers een hoorder van het Woord is en geen dader, lijkt hij op een man die het gezicht waarmee hij geboren is, in een spiegel bekijkt, want hij heeft zichzelf bekeken, is weggegaan en is meteen vergeten hoe hij eruitzag. Hij echter die zich in de volmaakte wet verdiept, die van de vrijheid, en daarbij blijft, die zal, omdat hij niet een vergeetachtige hoorder geworden is, maar een dader van het werk, zalig zijn in wat hij doet.”
„Daarom, ieder die deze woorden van Mij hoort en ze doet, die zal Ik vergelijken met een verstandig man, die zijn huis op de rots gebouwd heeft; en de slagregen viel neer en de waterstromen kwamen en de winden waaiden en stortten zich op dat huis, maar het stortte niet in, want het was op de rots gefundeerd.”
„Ik, Jezus, heb Mijn engel gezonden om bij u in de gemeenten van deze dingen te getuigen. Ik ben de Wortel en het Nageslacht van David, de blinkende Morgenster. En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En laat hij die het hoort, zeggen: Kom! En laat hij die dorst heeft, komen; en laat hij die wil, het water des levens nemen, voor niets. Want ik getuig aan ieder die de woorden van de profetie van dit boek hoort: Als iemand iets aan deze dingen toevoegt, zal God hem de plagen toevoegen die in dit boek geschreven zijn. En als iemand afdoet van de woorden van het boek van deze profetie, zal God zijn deel afdoen van het boek des levens, en van de heilige stad, van de dingen die in dit boek geschreven zijn. Hij Die van deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig. Amen. Ja, kom, Heere Jezus! De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.”