Gelovend bidden en luisteren
De gemeente leeft in voortdurende afhankelijkheid van Christus, bidt gelovend en luistert naar het Hoofd. We bidden niet alleen persoonlijk, maar ook voor elkaar, zodat gebed, gehoorzaamheid en leiding door de Geest het leven van ieder lid vormen en de gemeente versterken.
Bidden is niet altijd gemakkelijk, en toch is het onmisbaar. Een relatie waarin niet gesproken wordt, houdt geen stand, en zo is het ook met onze relatie met God. Juist omdat het soms moeite kost, helpen we elkaar in het gebed. En als iemand door persoonlijke omstandigheden even niet kan bidden, dan bidden wij voor hem of haar; dan dragen we elkaar.
Want bidden verbindt. In het gebed groeien we naar elkaar toe en worden we één van hart, samen gericht op God, gedragen en geleid door Zijn Heilige Geest.
Bijbelteksten
De Schriftgedeelten die onder deze pijler liggen.
„Als u in Mij blijft en Mijn woorden in u blijven, vraag wat u maar wilt en het zal u ten deel vallen.”
„Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus.”
„Verblijd u altijd. Bid zonder ophouden. Dank God in alles. Want dit is de wil van God in Christus Jezus voor u. Blus de Geest niet uit.”
„En als iemand van u in wijsheid tekortschiet, laat hij die dan vragen aan God, Die aan ieder overvloedig geeft en geen verwijten maakt, en ze zal hem gegeven worden. Maar laat hij er in geloof om vragen en daarbij niet twijfelen. Immers, wie twijfelt, lijkt op een golf van de zee, die door de wind voortgestuwd en op- en neergeworpen wordt.”
„En evenzo komt ook de Geest onze zwakheden te hulp, want wij weten niet wat wij bidden zullen zoals het behoort. De Geest Zelf echter pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. En Hij Die de harten doorzoekt, weet wat het denken van de Geest is, omdat Hij naar de wil van God voor de heiligen pleit.”
„Voorwaar, Ik zeg u: Alles wat u op de aarde bindt, zal in de hemel gebonden zijn; en alles wat u op de aarde ontbindt, zal in de hemel ontbonden zijn. Verder zeg Ik u dat, als twee van u op de aarde iets, wat dan ook, eenstemmig verlangen, het hun ten deel zal vallen van Mijn Vader, Die in de hemelen is. Want waar twee of drie in Mijn Naam bijeengekomen zijn, daar ben Ik in hun midden.”