Pijler 06 · Onze visie

Geestelijk leiderschap

De gemeente kiest en ondersteunt leiders die geestelijk volwassen, betrouwbaar en bekwaam zijn, zodat zij met integriteit en toewijding de gemeente leiden, onderwijzen en opbouwen in liefde en waarheid, geleid door Christus, het Hoofd. We werken samen met onze leiders en ondersteunen hen in hun roeping.

In de Bijbel komen we veel onderwijs tegen over leiderschap in de gemeente. Het is niet voor niets dat Paulus daar zoveel woorden aan wijdt. Want zonder geestelijk leiderschap wordt de gemeente niet geleid door haar Hoofd, Jezus Christus, maar door de visie van mensen.

Geestelijk leiderschap vraagt ook om reflectie naar elkaar. We worden opgeroepen om elkaar scherp te houden op ons handelen, eerlijk en in liefde. Want uiteindelijk is het Jezus die we vertegenwoordigen in de gemeente en de wereld om ons heen.

Daarom is geestelijk leiderschap geen autoriteitsstructuur en geen gezag dat boven de ander staat. Het is veeleer een belijden dat we in Christus Jezus één en gelijk zijn, samen dienend onder dezelfde Heer.

Bijbelteksten

De Schriftgedeelten die onder deze pijler liggen.

Handelingen 6:3

„Zie daarom uit, broeders, naar zeven mannen uit uw midden, van wie men een goed getuigenis geeft, vol van de Heilige Geest en van wijsheid, die wij voor deze noodzakelijke taak zullen aanstellen.”

1 Timotheüs 3:1-13

„Dit is een betrouwbaar woord: als iemand verlangen heeft naar het ambt van opziener, begeert hij een voortreffelijk werk. Een opziener nu moet onberispelijk zijn, de man van één vrouw, beheerst, bezonnen, eerbaar, gastvrij, bekwaam om te onderwijzen, niet verslaafd aan wijn, niet vechtlustig, niet uit op schandelijke winst, maar welwillend, niet strijdlustig en zonder geldzucht. Hij moet goed leiding geven aan zijn eigen huis, zijn kinderen onderdanig houden, in alle waardigheid. Want als iemand niet weet hoe hij leiding moet geven aan zijn eigen huis, hoe zal hij voor de gemeente van God zorg dragen? Hij mag geen pasbekeerde zijn, opdat hij niet verwaand wordt en daardoor onder het oordeel van de duivel valt. Hij moet ook een goed getuigenis hebben van buitenstaanders, opdat hij niet in opspraak komt en in een strik van de duivel terechtkomt. De diakenen moeten evenzo eerbaar zijn, niet met twee monden spreken, niet verzot zijn op veel wijn, niet uit zijn op oneerlijke winst, en het geheimenis van het geloof vasthouden in een zuiver geweten. Ook zij moeten eerst beproefd worden; daarna mogen zij dienen, als zij onberispelijk zijn. De vrouwen moeten evenzo eerbaar zijn, geen kwaadspreeksters, beheerst, trouw in alles. De diakenen moeten mannen van één vrouw zijn, die goed leiding geven aan hun kinderen en aan hun eigen huis. Want zij die hun dienst goed verricht hebben, maken dat zij hoog staan aangeschreven en veel vrijmoedigheid verkrijgen in het geloof in Christus Jezus.”

Titus 1:5-9

„Om die reden heb ik u op Kreta achtergelaten, opdat u verder in orde zou brengen wat nog ontbrak, en van stad tot stad ouderlingen zou aanstellen, zoals ik u opgedragen heb. Zo iemand moet onberispelijk zijn, de man van één vrouw, gelovige kinderen hebben, die niet te beschuldigen zijn van losbandigheid of opstandigheid. Want een opziener moet onberispelijk zijn, als een beheerder van het huis van God, niet eigenzinnig, niet opvliegend, niet verslaafd aan wijn, niet vechtlustig, niet uit op oneerlijke winst, maar gastvrij, goedwillend, bezonnen, rechtvaardig, heilig, beheerst, iemand die zich houdt aan het betrouwbare woord, dat overeenkomstig de leer is, zodat hij bij machte is anderen te bemoedigen door het gezonde onderwijs en ook de tegensprekers te weerleggen.”

Hebreeën 13:17

„Gehoorzaam uw voorgangers en wees hun onderdanig, want zij waken over uw zielen omdat zij rekenschap moeten afleggen, opdat zij dat mogen doen met vreugde en niet al zuchtend.”

Efeze 4:11-13

„En Hij heeft sommigen gegeven als apostelen, anderen als profeten, weer anderen als evangelisten en nog weer anderen als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten, tot het werk van dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus.”

Stel gerust je vraag

Een vraag over het geloof?

Je bent niet de enige met vragen. Veel mensen vragen zich af wie Jezus is, waarom er lijden bestaat, wat er in de wereld gebeurt of hoe geloof werkt. Hieronder vind je antwoorden op vragen waar mensen al generaties lang mee rondlopen. Staat jouw vraag er niet tussen? Stel hem gerust hieronder.

Misschien wel de belangrijkste vraag die je kunt stellen. Heeft Jezus echt bestaan, en wie is Hij dan werkelijk? Daar hebben we een eigen pagina aan gewijd, met het historische bewijs en wat het voor jou kan betekenen.

Lees verder op de pagina Wie is Jezus?

Het korte antwoord is: om onze zonde. Maar wat is zonde eigenlijk? Het gaat niet in de eerste plaats om de losse dingen die misgaan, zoals een leugen of iets wat je ooit hebt gestolen. Dat zijn eerder de gevolgen; het werkelijke probleem zit dieper.

Het begon al in het paradijs. God gaf de mens bewust een vrije keuze, want zonder vrijheid is er geen echte liefde en geen echte relatie mogelijk; je zou niet meer dan een robot zijn. Maar de mens koos zijn eigen weg en keerde God de rug toe. En precies dat is de kern van zonde: niet zozeer één verkeerde daad, maar dat we bij God zijn weggelopen en de relatie met Hem hebben losgelaten.

En juist die relatie wilde God herstellen. Het bijzondere is dat wij dat herstel niet zelf kunnen verdienen, hoe hard we ook ons best doen. Daarom deed God het zelf: Jezus stierf aan het kruis om weg te nemen wat tussen ons en God in stond. Niet omdat wij het verdienden, maar uit liefde. „Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft” (Johannes 3:16). Jezus stierf dus niet omdat je het verdiende, maar omdat je geliefd bent. En God wil die relatie ook met jou herstellen.

Deze vraag komt misschien vaak bij je op wanneer je het nieuws volgt. Wat gebeurt er toch allemaal? Soms lijkt het wel of iedereen doordraait. Het is een begrijpelijke vraag, en er is ook een antwoord op. Dat vinden we in de Bijbel.

Veel van wat we om ons heen zien, raakt aan wat de Bijbel de eindtijd noemt: de periode die toeloopt naar de terugkomst van Jezus. Dat klinkt misschien spannend, maar het is vooral een boodschap van hoop. Het laat zien dat de geschiedenis niet stuurloos is, maar in Gods handen ligt, en dat Hij de wereld eens helemaal nieuw zal maken.

In onze gemeente hebben we hier een serie Bijbelstudiemiddagen aan gewijd, waarin de eindtijd uitgebreid aan bod komt. Je vindt ze op de pagina hieronder.

Bekijk de Bijbelstudies over de eindtijd

Wat een super mooi verlangen. De doop is een feestelijk moment waarop je openlijk laat zien dat je bij Jezus hoort en Hem wilt volgen. En het is niet alleen een mooi moment om te beleven; het is net zo waardevol om ten diepste te begrijpen wat de Bijbel over de doop leert.

In de Bijbel volgt de doop namelijk op het geloof. Een mooi voorbeeld staat in Handelingen 8. Filippus ontmoet daar een kamerheer uit Ethiopië die in de Schriften zit te lezen zonder ze te begrijpen. Filippus legt hem uit wat er staat en vertelt hem over Jezus. Zodra de kamerheer tot geloof komt, ziet hij water langs de weg en vraagt hij of hij gedoopt mag worden, en zo gebeurt het: hij wordt gedoopt op grond van zijn geloof. Eerst dus het onderwijs uit de Schriften en het geloof, en daarna pas de doop.

Wat er bij de doop gebeurt, legt Paulus uit in Romeinen 6. Door onder te gaan in het water beeld je uit dat je oude leven met Christus gestorven is en dat je samen met Hem opstaat in een nieuw leven (Romeinen 6:3-4). Daarmee laat je het niet alleen aan de mensen om je heen zien, maar ook aan de geestelijke gewesten: je maakt openlijk bekend dat je van Jezus bent.

Hoe het bij ons precies in zijn werk gaat, bespreken we graag persoonlijk. Meestal gaan we eerst rustig samen in gesprek over wat geloof en doop betekenen, en daarna kijken we wanneer je gedoopt kunt worden, zodat de gemeente met je mee kan vieren.

Neem contact op om een afspraak te maken

Dit is misschien wel de moeilijkste vraag die er is, en we willen er eerlijk over zijn: de Bijbel geeft geen kant-en-klaar antwoord dat alle pijn in één keer verklaart. Maar de Bijbel laat ons ook niet met lege handen staan.

Om te beginnen: God is niet de oorzaak van het lijden. Toen de mens zich van God afkeerde, raakte niet alleen ons eigen hart beschadigd, maar de hele wereld. Lijden, onrecht en dood horen niet bij hoe God het bedoeld heeft; ze zijn een gevolg van die gebrokenheid. God heeft het kwaad dus niet gewild, al geeft Hij ons wel de vrijheid waarin het kan bestaan.

Vaak vragen we ook: waarom laat God dit dan toe? Maar eerlijk gezegd zoeken we daarmee soms een excuus voor de keuzes die wij zelf maken. Veel van het lijden in de wereld komt namelijk niet van God, maar uit onze eigen handen. Neem oorlog: als we daar morgen mee zouden stoppen, was er vrede. God houdt de wapens niet vast, dat doet de mens.

Het bijzondere van het christelijk geloof is dat God het lijden niet van een afstand bekijkt. In Jezus is Hij zelf mens geworden en heeft Hij verdriet, pijn en zelfs de dood gekend. Je hebt dus geen God die het niet snapt, maar Eén die er middenin is geweest en naast je wil staan.

En de Bijbel belooft dat dit niet het einde is. Er komt een dag waarop God alles nieuw maakt, waarop Hij elke traan van de ogen afwist en er geen dood, verdriet of pijn meer zal zijn (Openbaring 21:4). Zodat het wordt zoals God het bedoeld heeft. Tot die tijd mogen we, juist ook met onze waaroms, bij Hem schuilen.

Stel hem hieronder, dan nemen we persoonlijk contact met je op.

We gaan zorgvuldig met je gegevens om en reageren persoonlijk.