Pijler 07 · Onze visie

Geheiligd leven

De gemeente streeft naar een geheiligd leven, waarin ieder lid groeit in heiliging en elkaar ondersteunt en bemoedigt. We zoeken gezamenlijk naar eenheid en creëren een omgeving waarin kinderen opgroeien in het geloof, terwijl de gemeente een voorbeeldfunctie vervult voor de volgende generaties door zichtbaar te leven naar Gods Woord en Zijn leiding.

Een geheiligd leven vraagt om gehoorzaamheid. Keer op keer roept Jezus ons daartoe op. Al in 1 Samuel 15 vers 22 maakt God duidelijk dat gehoorzaamheid Hem meer waard is dan offers. Onze inzet voor Gods koninkrijk is op zichzelf niet verkeerd, ons werk en onze toewijding hebben zeker hun plaats, maar het gaat verder dan offers brengen alleen. Het raakt aan wie we van binnen zijn en aan ons verlangen om werkelijk naar Hem te luisteren.

Tegelijk is dit geheiligd leven geen voorwaarde voor de redding van onze ziel. Die redding is een geschenk, gegrond in wat Jezus voor ons heeft gedaan. Maar juist wanneer we diep van binnen beseffen wie onze Zaligmaker is en wat Hij heeft volbracht, wordt gehoorzaamheid aan Hem niet meer dan logisch. Het is ons antwoord van dankbaarheid. En vanuit die liefde mogen we elkaar er ook met zachtheid op bevragen en bemoedigen.

Bijbelteksten

De Schriftgedeelten die onder deze pijler liggen.

1 Petrus 1:15-16

„Maar zoals Hij Die u geroepen heeft, heilig is, word zo ook zelf heilig in heel uw levenswandel, want er staat geschreven: Wees heilig, want Ik ben heilig.”

Kolossenzen 3:12-17

„Kleed u dan, als uitverkorenen van God, heiligen en geliefden, met innige gevoelens van ontferming, vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld. Verdraag elkaar en vergeef de een de ander, zoals ook Christus u vergeven heeft. En kleed u boven alles met de liefde, die de band van de volmaaktheid is. En laat de vrede van God heersen in uw harten, en wees dankbaar.”

Spreuken 22:6

„Oefen de jongeman overeenkomstig zijn levensweg; ook als hij oud geworden is, zal hij daarvan niet afwijken.”

1 Korintiërs 12:12-27

„Want zoals het lichaam één is en veel leden heeft, en al de leden van dit ene lichaam, hoewel het er veel zijn, één lichaam zijn, zo is het ook met Christus. Ook wij allen immers zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij dat wij Joden zijn, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen; en wij allen zijn van één Geest doordrenkt. Want ook het lichaam bestaat niet uit één lid, maar uit vele. Als de voet zou zeggen: Omdat ik geen hand ben, ben ik niet van het lichaam, is hij daarom dan niet van het lichaam? En als het oor zou zeggen: Omdat ik geen oog ben, ben ik niet van het lichaam, is het daarom dan niet van het lichaam? Als het hele lichaam oog was, waar zou het gehoor zijn? Als het hele lichaam gehoor was, waar zou de reuk zijn? Maar nu heeft God de leden, elk van hen afzonderlijk, in het lichaam een plaats gegeven zoals Hij gewild heeft. Als zij alle één lid waren, waar zou het lichaam zijn? Nu echter zijn er wel veel leden, maar is er slechts één lichaam. En het oog kan niet zeggen tegen de hand: Ik heb je niet nodig, of vervolgens het hoofd tegen de voeten: Ik heb jullie niet nodig. Ja, meer nog, de leden van het lichaam die de zwakste schijnen te zijn, zijn echter juist noodzakelijk. En aan de leden van het lichaam die wij als minder eervol beschouwen, verlenen wij groter eer en onze oneerbare leden krijgen een grotere eer. Onze eerbare leden echter hebben dat niet nodig. Maar God heeft het lichaam zo samengesteld, dat Hij aan het lid dat tekortkomt, groter eer gaf, opdat er geen verdeeldheid in het lichaam zou zijn, maar de leden voor elkaar gelijke zorg zouden dragen. En als één lid lijdt, lijden alle leden mee. Als één lid eer ontvangt, verblijden alle leden zich mee. Samen bent u namelijk het lichaam van Christus, en ieder afzonderlijk Zijn leden.”

2 Korinthe 6:14-18

„Vorm geen ongelijk span met ongelovigen, want wat heeft gerechtigheid gemeenschappelijk met wetteloosheid, en welke gemeenschap is er tussen licht en duisternis? Want u bent de tempel van de levende God; God heeft gezegd: Ik zal in hun midden wonen en onder hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn.”

Stel gerust je vraag

Een vraag over het geloof?

Je bent niet de enige met vragen. Veel mensen vragen zich af wie Jezus is, waarom er lijden bestaat, wat er in de wereld gebeurt of hoe geloof werkt. Hieronder vind je antwoorden op vragen waar mensen al generaties lang mee rondlopen. Staat jouw vraag er niet tussen? Stel hem gerust hieronder.

Misschien wel de belangrijkste vraag die je kunt stellen. Heeft Jezus echt bestaan, en wie is Hij dan werkelijk? Daar hebben we een eigen pagina aan gewijd, met het historische bewijs en wat het voor jou kan betekenen.

Lees verder op de pagina Wie is Jezus?

Het korte antwoord is: om onze zonde. Maar wat is zonde eigenlijk? Het gaat niet in de eerste plaats om de losse dingen die misgaan, zoals een leugen of iets wat je ooit hebt gestolen. Dat zijn eerder de gevolgen; het werkelijke probleem zit dieper.

Het begon al in het paradijs. God gaf de mens bewust een vrije keuze, want zonder vrijheid is er geen echte liefde en geen echte relatie mogelijk; je zou niet meer dan een robot zijn. Maar de mens koos zijn eigen weg en keerde God de rug toe. En precies dat is de kern van zonde: niet zozeer één verkeerde daad, maar dat we bij God zijn weggelopen en de relatie met Hem hebben losgelaten.

En juist die relatie wilde God herstellen. Het bijzondere is dat wij dat herstel niet zelf kunnen verdienen, hoe hard we ook ons best doen. Daarom deed God het zelf: Jezus stierf aan het kruis om weg te nemen wat tussen ons en God in stond. Niet omdat wij het verdienden, maar uit liefde. „Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft” (Johannes 3:16). Jezus stierf dus niet omdat je het verdiende, maar omdat je geliefd bent. En God wil die relatie ook met jou herstellen.

Deze vraag komt misschien vaak bij je op wanneer je het nieuws volgt. Wat gebeurt er toch allemaal? Soms lijkt het wel of iedereen doordraait. Het is een begrijpelijke vraag, en er is ook een antwoord op. Dat vinden we in de Bijbel.

Veel van wat we om ons heen zien, raakt aan wat de Bijbel de eindtijd noemt: de periode die toeloopt naar de terugkomst van Jezus. Dat klinkt misschien spannend, maar het is vooral een boodschap van hoop. Het laat zien dat de geschiedenis niet stuurloos is, maar in Gods handen ligt, en dat Hij de wereld eens helemaal nieuw zal maken.

In onze gemeente hebben we hier een serie Bijbelstudiemiddagen aan gewijd, waarin de eindtijd uitgebreid aan bod komt. Je vindt ze op de pagina hieronder.

Bekijk de Bijbelstudies over de eindtijd

Wat een super mooi verlangen. De doop is een feestelijk moment waarop je openlijk laat zien dat je bij Jezus hoort en Hem wilt volgen. En het is niet alleen een mooi moment om te beleven; het is net zo waardevol om ten diepste te begrijpen wat de Bijbel over de doop leert.

In de Bijbel volgt de doop namelijk op het geloof. Een mooi voorbeeld staat in Handelingen 8. Filippus ontmoet daar een kamerheer uit Ethiopië die in de Schriften zit te lezen zonder ze te begrijpen. Filippus legt hem uit wat er staat en vertelt hem over Jezus. Zodra de kamerheer tot geloof komt, ziet hij water langs de weg en vraagt hij of hij gedoopt mag worden, en zo gebeurt het: hij wordt gedoopt op grond van zijn geloof. Eerst dus het onderwijs uit de Schriften en het geloof, en daarna pas de doop.

Wat er bij de doop gebeurt, legt Paulus uit in Romeinen 6. Door onder te gaan in het water beeld je uit dat je oude leven met Christus gestorven is en dat je samen met Hem opstaat in een nieuw leven (Romeinen 6:3-4). Daarmee laat je het niet alleen aan de mensen om je heen zien, maar ook aan de geestelijke gewesten: je maakt openlijk bekend dat je van Jezus bent.

Hoe het bij ons precies in zijn werk gaat, bespreken we graag persoonlijk. Meestal gaan we eerst rustig samen in gesprek over wat geloof en doop betekenen, en daarna kijken we wanneer je gedoopt kunt worden, zodat de gemeente met je mee kan vieren.

Neem contact op om een afspraak te maken

Dit is misschien wel de moeilijkste vraag die er is, en we willen er eerlijk over zijn: de Bijbel geeft geen kant-en-klaar antwoord dat alle pijn in één keer verklaart. Maar de Bijbel laat ons ook niet met lege handen staan.

Om te beginnen: God is niet de oorzaak van het lijden. Toen de mens zich van God afkeerde, raakte niet alleen ons eigen hart beschadigd, maar de hele wereld. Lijden, onrecht en dood horen niet bij hoe God het bedoeld heeft; ze zijn een gevolg van die gebrokenheid. God heeft het kwaad dus niet gewild, al geeft Hij ons wel de vrijheid waarin het kan bestaan.

Vaak vragen we ook: waarom laat God dit dan toe? Maar eerlijk gezegd zoeken we daarmee soms een excuus voor de keuzes die wij zelf maken. Veel van het lijden in de wereld komt namelijk niet van God, maar uit onze eigen handen. Neem oorlog: als we daar morgen mee zouden stoppen, was er vrede. God houdt de wapens niet vast, dat doet de mens.

Het bijzondere van het christelijk geloof is dat God het lijden niet van een afstand bekijkt. In Jezus is Hij zelf mens geworden en heeft Hij verdriet, pijn en zelfs de dood gekend. Je hebt dus geen God die het niet snapt, maar Eén die er middenin is geweest en naast je wil staan.

En de Bijbel belooft dat dit niet het einde is. Er komt een dag waarop God alles nieuw maakt, waarop Hij elke traan van de ogen afwist en er geen dood, verdriet of pijn meer zal zijn (Openbaring 21:4). Zodat het wordt zoals God het bedoeld heeft. Tot die tijd mogen we, juist ook met onze waaroms, bij Hem schuilen.

Stel hem hieronder, dan nemen we persoonlijk contact met je op.

We gaan zorgvuldig met je gegevens om en reageren persoonlijk.